Selecteer een oefening voor de uitleg.
Met de oefening RekenSymbool traint u uw rekenvaardigheid. De symbolen hebben een waarde. Deze waarde staat boven aangegeven. Reken met behulp van de aangegeven waarde de uitkomst van de rekensom uit. Vul met uw toetsenbord of het getallenraster de uitkomst van de rekensom in.
Met de oefening WaardeSom traint u uw rekenvaardigheid. Links op het scherm ziet u de waarde van elk symbool. Reken uit aan welke kant, bij elkaar opgeteld, de hoogste waarde ligt. Selecteer met uw muis de kant met de hoogste waarde.
Met de oefening KeerCirkel traint u uw rekenvaardigheid. U ziet een cirkel met getallen. Vermenigvuldig het laagste getal met het hoogste getal. Vul het juiste antwoord in. U kunt hierbij gebruiken maken van het getallenraster rechts. Tevens kunt u de getallen invullen met uw toetsenbord. Heeft u een fout gemaakt? Met de backspace kunt u terug.
Met de oefening RekenRij traint u uw rekenvaardigheid. U ziet twee of meerdere rijen getallen. Eén van de rijen getallen heeft bij elkaar opgeteld als uitkomst het getal erachter. Welke is dit? Selecteer met uw muis de juiste rij getallen.
Met de oefening BellenBlaas traint u uw rekenvaardigheid. Links ziet u een getal. Klik met uw muis op de getallen, die bij elkaar opgeteld, gelijk zijn aan het linker getal. Wanneer u op een getal heeft geklikt, verdwijnt deze. Onthoud dus goed welke getallen u heeft aangeklikt.
Tijdens het Rekenen 2 tentamen krijgt u een selectie van 12 opgaven uit de categorie Rekenen 2.