Selecteer een oefening voor de uitleg.
Met de oefening bowlen traint u uw geheugen. Een aantal kegels wordt omgestoten door de bowlingbal. Onthoud welke dit zijn. De kegels worden vervolgens rechtop gezet. Selecteer met uw muis de kegels die zijn omgevallen.
De bal wordt door de keu weg gestoten. Waar raakt hij bij niveau 1 de eerst band? Trek dus vanaf de keu een rechte lijn naar de band. Selecteer met uw muis één van de drie gele ballen, die de juiste situatie aangeeft. Bij niveau 2 dient u te kijken waar de bal de tweede band raakt. Belangrijk is dat bij biljart de invalshoek gelijk is aan de uitvalshoek. Bij niveau 3 dient u aan te geven waar de bal de derde band raakt.
Rechts staat aangegeven welke bal (half of heel) aan de beurt is. De ballen dient u van laag naar hoog in de pocket te schieten. Selecteer met uw muis zo snel mogelijk de eerstvolgende bal.
Met de oefening StuiterBal traint u uw ruimtelijk inzicht. U ziet een aantal ballen stuiteren. Aan u de taak om te ontdekken welke bal het hoogst stuitert. Selecteer met uw muis de pijl van de bal die het hoogst stuitert.
Bij de oefening Darten traint u uw rekenkundig inzicht. Het is de bedoeling dat u het totale puntenaantal van drie dartpijlen bij elkaar optelt. Op niveau 2 en hoger komen ook doubles en triples voor. Op niveau 3 trekt u het totaal van drie dartpijlen van het puntenaantal erboven af.
Met de oefening Jeu de Boules traint u uw ruimtelijk inzicht. U ziet een spelsituatie, aan u de taak om het totaal aantal punten van de winnende partij te bepalen. Voor elke boule die dichterbij de but (het gele balletje) ligt dan de tegenpartij krijgt men een punt.
Tijdens het sporttentamen krijgt u een selectie van 12 opgaven uit de categorie Sport.