Selecteer een oefening voor de uitleg.
Werk aan uw taalkennis met de oefening SpreekWoorden. Onder de balk met het alfabet moet een Nederlands spreekwoord komen te staan. Alleen ontbreken er enkele letters. Typ de missende letters in op uw toetsenbord of selecteer ze met uw muis in het alfabet. Als u het spreekwoord heeft geraden, gaat u automatisch door naar de volgende opgave. U kunt ook op de grote pijl klikken om naar de volgende opgave te gaan.
U ziet een aantal letters door het beeld zweven. Deze letters vormen een woord. Welk woord is dit? Vul met uw toetsenbord de juiste letters in. Heeft u een fout gemaakt? Ga dan terug met backspace.
DubbelZinnig is een uitdagende taaloefening. U krijgt telkens aan aantal zinnen te zien. In deze zin is een dier (niveau 1), een groente of fruitsoort (niveau 2) of een land (niveau 3) verstopt. Voorbeeld: in de zin ‘Zijn ma moet altijd ingrijpen’ zit het woordje mamoet verstopt. Aan u de taak dit woord op te sporen. Het gezochte woord kunt u intypen op uw toetsenbord. Klik op enter of op de grote pijl om naar de volgende opgave te gaan.
Met TrioCombi werkt u aan uw taalgevoel. U krijgt een aantal letters tot uw beschikking. De bedoeling is dat u met die letters een woord maakt van drie letters. Hoe verder u komt, hoe meer woorden u moet maken. Hoeft u op niveau 1 slechts één woord te maken? Op niveau 3 zijn dat er 3! U kunt de woorden intikken op uw toetsenbord. Foutje gemaakt? Dan kunt u uw woord ook weer wissen. Door op enter of op de grote pijl te klikken, gaat u naar de volgende opgave.
Homoniem is een taaloefening. Homoniemen zijn woorden die hetzelfde klinken, maar iets anders betekenen. Neem het woord muis. Dat wordt gebruikt voor een klein knaagdier, het dikke, vlezige gedeelte van je hand en ook voor het bedieningsapparaat van je computer. Vind in de volgende zinnen de homoniemen en tik ze in op uw toetsenbord. Door op de grote pijl of op enter te klikken, gaat u naar de volgende opgave.
Bij de taaloefening WoordCorrectie mag u op de stoel van de leraar gaan zitten. U krijgt een aantal zinnen voorgeschoteld. In die zinnen staat telkens één woord dat fout gespeld is. Aan u de taak dit woord te vinden en te verbeteren. Tik de juiste schrijfwijze in de balk. Staat een woord in het begin van de zin? Dan hoeft u géén hoofdletter in te tikken. Maar let op! Er kan wel sprake zijn van foutief hoofdlettergebruik. Klik op de pijl om naar de volgende opgave te gaan. Of druk op enter.
Tijdens het taaltentamen krijgt u een selectie van 12 opgaven uit de categorie Taal. Wanneer u voor elk tentamen een
voldoende heeft gehaald (Taal, Rekenen, Inzicht, Geheugen, Logica), kunt u op voor uw examen. Haalt u hier een voldoende? Dan verhoogt uw niveau. Van niveau 1, naar 2, naar 3. En worden de oefeningen steeds wat moeilijker.